Wat zijn de regels voor de keeper bij een strafbal?

Positie en afstand

De keeper moet zich exact op de 23‑meterlijn bevinden, geen centimeter meer, geen centimeter minder. Daar, als een strakke lian, staat hij tussen de twee rode stippen, klaar om elk schot te vangen of af te buigen. Door de regel is er geen ruimte voor “ik zit een beetje verder naar voren”. Als hij die lijn overschrijdt, wordt de strafbal automatisch toegekend en stopt het spel. Zie hockeyspelregels.com voor de exacte afmetingen.

Handen en stickgebruik

Voor een strafbal mag de keeper alleen de stick gebruiken – handspeler is verboden. Het is een hard‑gekozen regel; je hoort het al in de kantoren: “Geen hand, geen punt”. Als hij een bal met de hand stopt, wordt de strafbal herhaald en krijgt hij een vrije slag. Een korte, snellere reactie met de stick is de enige legale optie.

Bewegingen binnen het strafbalgebied

De keeper mag zich vrijbewegen, zolang hij binnen de afgebakende zone blijft. Hij kan duiken, glijden, zelfs een kleine sprong maken – alles is toegestaan, maar niet buiten de lijn. Denk aan een kat die op een muis jaagt, maar die muis mag nooit de tuin verlaten. Zodra hij buiten de zone komt, wordt de beurt van de tegenstander voortgezet.

Communicatie met verdediging

Vergeet niet dat de keeper geen stilte‑monopolist is; hij moet roepen, aanwijzen, waarschuwen. “Links, rechts, blok!” – die commando’s zijn geen bijzaak, ze zijn onderdeel van de spelstructuur. Een keeper die fluistert, geeft de tegenstander een voorsprong. Duidelijke, harde instructies kunnen een strafbal tot een gemiste kans maken.

Straffen bij overtredingen

Als de keeper een overtreding begaat – bijvoorbeeld te vroeg een stick in de lucht slingeren – krijgt de tegenstander een directe vrije slag vanaf de plaats van de overtreding. Geen excuses, geen “ik dacht dat het…”. De scheidsrechter blaast meteen, en de bal wordt weer in het spel gebracht.

Wat je niet mag doen

Geen “golfbeweging” met de stick, geen “hand” in de lucht, geen “stap” buiten de lijn. Het zijn simpele, maar strikte grenzen die de keeper moet respecteren. Een enkele misstap kan de hele wedstrijd kantelen.

Praktijkvoorbeeld

Stel, je bent keeper, de tegenstander neemt de strafbal, je ziet de bal opkomen. Je zet je stick rechtop, sta recht, adem in, en gooi je lichaam naar de bal zonder de lijn te verlaten. Het resultaat? Een afgebroken bal, een opgeluchte verdediging, een scheidsrechter die knikt. Simpel, maar alleen als je de regels kent.

Actiepunt

Train elke strafbal tot perfectie: lijn, stick, stem. Maak er een routine van, geen ad-hoc. Zo ben je klaar voor elke situatie.